Het is acht uur ’s ochtends op de zaterdag na dr. Gueverra’s vrijgezellenfeestje. Het is prachtig weer en vanavond is het tribute-concert van All Directions waar dr. Gueverra en Danny met Michelle en Katja naar toe zouden gaan. Dat wordt een uitdaging, want op dit moment drijven de vijf feestgangers in een rubberboot op de ergens oceaan, alleen maar gekleed in hun onderbroek.
Danny wordt wakker van stoten tegen de boot. Hij doet zijn ogen open en merkt tot zijn verbazing dat hij in een bootje ligt. Hij voelt zich heel beroerd, waarschijnlijk door te veel drank, en zijn rechterhand doet behoorlijk zeer. Hij probeert zich te herinneren hoe hij hier is gekomen, maar het enige wat hij nog weet is dat hij gisterenmiddag naar de zuidelijke recreatieve zone is gereden om daar met dr. Gueverra, Eugene, Gary, Hoshiko, George Boughurst, de verzekeringsvriend van dr. Guverra en Djordi Gueverra, zijn broer, het vrijgezellenfeest van dr. Gueverra te vieren. Er zou iets met strippers zijn, dat moet haast wel, maar de hele vorige avond en nacht zijn in nevelen gehuld.
De stoten tegen de boot hebben Eugene, Hoshiko en Gary ook wakker gemaakt. Dr. Gueverra is kennelijk ver heen. En waar zijn George en Djordi? “Wat is dat voor gedreun op de boot?” vraagt Hoshiko, “Dat vindt mijn hoofd niet prettig.” “Normaal kan ik wel tegen drank.” zegt Gary, “Maar nu voel ik me ook slecht.” “Dat gedreun zijn twee haaien die rond de boot cirkelen en af en toe naar de boot happen.” zegt Danny. “Hebben we peddels?” vraagt Eugene. “Ja, twee stuks.” zegt Danny, “Maar we hebben geen motor.” “Je moet wel staan als je naar ze wil slaan.” zegt Hoshiko. zegt Hoshiko.” “Dat is in de huidige situatie misschien ook geen goed plan.” zegt Eugene. “Ik kan misschien wel wat doen.” zegt Gary, “Ik voel me niet helemaal lekker, maar ik kan ze misschien laten slapen.” “Slapen haaien dan?” vraagt Danny. vraagt Danny.” “Dat gaan we zien.” zegt Gary.
Gary concentreert zich en de eerste haai stopt met het aanvallen van de boot. Na even rust te hebben genomen stopt ook de tweede haai met aanvallen. “Het heeft gewerkt.” zegt Hoshiko, “Hebben jullie ook blauwe plekken? Alsof iemand ons heeft geslagen?” “Ja.” zegt Eugene. “Ik heb last van mijn rechterhand.” zegt Danny. “We weten allemaal wel waar dat van komt.” zegt Hoshiko, “Hier is een EHBO-doos, die is er nog wel, alle andere belangrijke dingen, zoals een noodradio en flare gun zijn verwijderd. Het lijkt wel alsof hier iets in is gekerfd.”
“Dat jij die krasjes ziet!” zegt Gary, “Het lijken drie sets te zijn, maar wat betekent het?” “Zullen we maar gaan peddelen?” vraagt Eugene, “We varen nu richting dat land daar, maar als we daar niet aanleggen denk ik dat we eromheen gaan.” “Ok.” zegt Danny, pakt de andere peddel en begint samen met Eugene het bootje naar het eiland te varen.
“Oooh.” kreunt dr. Gueverra. “Het feestvarken wordt ook wakker.” zegt Gary, “Die heeft nog meer gedronken.” “Eh waar zijn George en Djordi eigenlijk?” vraagt Hoshiko. “Waarom zitten we in een bootje op zee?” vraagt dr. Gueverra. “Geen idee, degenen die het uitje hebben gepland zijn er niet bij.” zegt Gary. “De vraag is hoe lang we al op zee drijven.” zegt Eugene, “Hoeveel tijd zijn we kwijt? Uren? Dagen?” “Ik heb ook geen idee meer wat we gedaan hebben.” zegt dr. Gueverra, “Waar zijn we?” “We zijn dicht bij land.” zegt Eugene en wijst naar het land ten noorden van hen. “Is dat een blokhut of zo?” vraagt dr. Gueverra als hij naar het land kijkt. “Waar?” vraagt Danny. “Daar boven op die heuvel waar we voorbij varen.” “Ja, dan moeten we kijken of we daar terecht kunnen komen om om hulp te vragen.”
“We hebben wel deze EHBO-koffer gevonden met krasjes erin.” zegt Gary, “Jij lag er met je hoofd bij. Heb jij dit gedaan?” “Dat zal wel, maar ik kan me niets herinneren, dit zou morse kunnen zijn en dit ook, maar een W? West?” “Ken jij morse?” vraagt Hoshiko? “Dat moet je leren voor je vaarbewijs, dat heb ik toen geleerd om het te halen, maar het is wat roestig. Als we bovenaan beginnen. Dan zijn die een V en een A.” “Vakantie” zegt Gary. “Dat zou mooi zijn.” zegt Eugene. “Zou het de naam van de culprit zijn?” vraagt dr. Gueverra zich af. Na nog wat gepuzzel met de laatste twee letters blijkt er Valencia te staan. “Ja, dit is Valencia. Wie is Valencia?” vraagt dr. Gueverra. “Who the fuck is Valencia?” zegt Eugene, “Een foute ex van je?” “Fijn Eugene, ik zit erover na te denken.” “Een van de strippers?” oppert Eugene. “Iemand die we gisterenavond of vannacht zijn tegengekomen.” zegt dr. Gueverra. “Ik kan me helemaal niets meer herinneren.” “Is dat goed of slecht?” vraagt Gary. “Er was wel drank volgens mij.” zegt Hoshiko. “Is er een misdaadfamilie die Valencia heet” vraagt Danny, “Volgens mij niet.” “Nee, niet dat ik weet.” zegt Gary.
“Is het iemand die je hebt afgewezen bij een sollicitatie?” vraagt Eugene. “Volgens mij niet.” “Of was het een mislukte beveiligingsopdracht?” vraagt Eugene. “Ja, iemand wiens huis is leeggeroofd ondanks jouw beveiliging.” zegt Danny. “Dat is al opgelost.” zegt dr. Gueverra, “Laten we geen oude koeien uit de sloot halen.” “Wat betekenen die andere tekens?” vraagt Eugene. “Dit zijn een D en een G die naar W gaan.” zegt dr. Gueverra. “Danny plus Gary is wraak?” zegt Eugene. “Dan is het goed nieuws, dan hebben ze het op jullie voorzien in plaats van op mij.” zegt dr. Gueverra, “Kennen jullie iemand die Valencia heet? Iemand van wie je een auto hebt gestolen?” “Gestolen?” zegt Danny beledigd, “Reposessed bedoel je.” “En jij met al je minnaressen.” "Nee, Madrid, Barcelona, Sevilla.” zegt Eugene.
“Interessant hoor. Het is volstrekt helder.” zegt Hoshiko, “Waarom kras je dit soort onzin willekeurig op dit ding. Je moet het kunnen herkennen.” “Die pijlen zijn dan een kompasroos?” vraagt Gary. “Misschien, maar wat is dan XX?” vraagt dr. Gueverra. “Een i?” vraagt Danny, “Zijn het streepjes?” “Nee, daar lijkt het niet op.” “Doet de volgorde ertoe?” vraagt Gary, “Eerst D+G, dan de pijlen en dan Valencia.” “Onderaan is ook heel veel ruimte.” zegt dr. Gueverra. “Het is veel moeilijker om op de rand te krassen.” zegt Hoshiko, “Schrijf dan ook de naam van de moordenaar in plaats van rebussen.”
“Eugene, let op waar je heen gaat, daar ligt een rif!” roept dr. Gueverra als hij witte schuimkoppen op niet al te grote afstand van het bootje ziet. “Een rift?” vraagt Hoshiko. “Kijken of we er nog voorlangs kunnen, Danny.” zegt Eugene. “Harder peddelen, anders eindigen we op het rif.” zegt dr. Gueverra. Danny en Eugene peddelen voor wat ze waard zijn en geven de boot voldoende vaart om voor het rif richting land te gaan. Het rif ligt ongeveer 200 meter voor het zandstrand waar ze de boot opvaren. Eugene en Danny trekken de boot gelijk een stuk verder het strand op om te voorkomen dat hij wegspoelt. “Daar liggen twee lichamen.” zegt Hoshiko. “Ik neem mijn peddel mee.” zegt Eugene. “Ik ook.” zegt Danny. “Ik neem het EHBO-koffertje wel mee.” zegt dr. Gueverra.
Het strand is ongeveer 100 meter breed en loopt langzaam naar boven tot het bij een muur van groen eindigt. Aan het einde van het strand start een dichte jungle. Ze lopen eerst naar de twee lichamen die halverwege het strand liggen. Van afstand zien ze dat het om twee personen in witte gewaden gaat die met bloed zijn besmeurd. Dichterbij gekomen is duidelijk dat deze twee mannen, eind twintig, begin dertig, met slagen op het hoofd om het leven zijn gebracht. Er zijn sporen van een gevecht en Hoshiko ziet dat er een groepje sporen terugloopt naar de jungle. Een paar meter naast de twee lichamen ligt een bebloede, gebroken tak. “Ze liggen er nog niet zo lang.” zegt dr. Gueverra, “Hooguit een paar uur.” “Dit lijken een soort cultisten.” zegt Hoshiko, “Witte mantels en sandalen.” “Maar waarom heeft iemand ze hier doodgeslagen?” vraagt Danny. “Ze hebben wel sandelen.” zegt Gary, “Dat kan handig zijn. Het is niet fijn om door de jungle te lopen op blote voeten.” “Die van die grote pas ik wel.” zegt Danny, “Die kleine kan alleen Hoshiko aan.” “Als we die gewaden uittrekken, dan kunnen we van een deel lappen maken om onze voeten te beschermen.” zegt dr. Gueverra, “Het zijn trouwens geen landlopers. Ze hebben een goed gebit en verzorgde nagels en haren.” “Ik ga eerst even het bloed uit die gewaden spoelen.” zegt Danny, “Anders valt dat zo op.” “Pas op voor de haaien.” zegt Hoshiko. “Deze heeft een tatoeage van een tijger.” zegt dr. Gueverra.
“Mensen die hun zuurverdiende geld uitgeven aan een sekte?” vraagt Hoshiko? “Zoiets als Forever Better?” zegt Gary. “Nee, dat is heel iets anders.” zegt Danny, “Dat werkt echt.” “Zou dit expres zijn gedaan?” vraagt dr. Gueverra, “Straks komen we Tom Cutinella tegen, op weg naar het eeuwige leven. Of nee, die gebruikt een mes. Die mensen lijken hierheen gekomen te zijn en neergeknuppeld. Ze zijn niet uit een C-wijk ontvoerd om hier geofferd te worden.” “Ze zijn niet met een boot gekomen.” zegt Eugene. “In ieder geval niet via deze kant.” zegt Gary.
“We hebben niet veel tijd.” zegt dr. Gueverra, “Laten we snel gaan.” “Langs het strand?” vraagt Danny. “Het strand is ongeveer 500 meter lang, daarna moet je door de jungle.” zegt Gary, “Dat heeft niet mijn voorkeur. Ik denk dat deze mensen en hun belagers een pad hebben gevolgd.” “Ja, laten we het pad nemen.” zegt dr. Gueverra. “Ik ga eerst het strand verkennen.” zegt Eugene, “Even zekerstellen dat het veilig is.” “Daar hebben we geen tijd voor.” zegt dr. Gueverra, “Dat duurt een uur, we moeten nu op zoek naar water.” “Ik ga wel even kijken aan de rechterkant kijken.” zegt Eugene, “Jullie zijn nog wel even bezig.” en hij begint langs de junglerand over het strand te lopen. “Maar het houdt daar op!” zegt dr. Gueverra. “Daar is een pad.” zegt Danny, “Dat komt vast bij die blokhut uit.” “Hoe onverstandig is het om naar een huis te lopen waar mensen zijn.” “Waarom zijn deze mensen eigenlijk doodgeknuppeld en niet doodgeschoten?” vraagt Danny, “Dat zouden wij doen.”
“Waarom zaten wij op een bootje?” vraagt Hoshiko. “Waren we net ontsnapt en op een vlot terechtgekomen?” vraagt dr. Gueverra. “Maar waarom was dan alles van het vlot afgehaald, inclusief de motor?” vraagt Hoshiko. “Die XX is waarschijnlijk twintig.” zegt Gary, “Twintig kilometer?” “Wat is er met George en Djordi gebeurd?” vraagt Danny. “Kennelijk is er iets ergs gebeurd en zijn zij er niet bij.” zegt dr. Gueverra. “Of zij hebben het gedaan.” zegt Gary. “Is dr. Gueverra de enige erfgenaam?” vraagt Danny, “Hij is nog niet getrouwd. Snel voordat iemand anders zijn erfgenaam wordt.” “’Ik ken zijn verzekeringspolis heel goed’ en ‘ik ben zijn enige erfgenaam’” zegt Gary. “Briljant.” zegt dr. Gueverra. “Heel doorzichtig.” zegt Hoshiko.
Ze wachten tot Eugene zijn rondje over het rechterdeel van het strand heeft gemaakt en gaan dan richting de jungle waar een pad zichtbaar is. Het pad slingert door de jungle en het zicht naast het pad is maar een paar meter en vooruit het pad op maximaal een meter of zes. Hoshiko gaat voorop, gevolgd door dr. Gueverra. Eugene loopt in het midden en Gary en Danny sluiten de rij.
Na een paar honderd meter hoort Hoshiko, die wat vooruit loopt stemmen een stukje verder op het pad. Hij steekt zijn hand op, draait zich om en gebaart dat de anderen stil moeten zijn. Hij sluipt naar voren tot hij een meter of tien verder vier in witte gewaden geklede personen op het pad ziet staan. Ze hebben zware takken bij zich en er zitten bloedspatten op hun witte gewaden. “Ik wil voorop lopen.” zegt een van hen. “Nee ik loop voorop houd je mond!” zegt een ander. “Waarom moet jij voorop lopen, dat kan ik ook.” De ander geeft de eerste persoon een klap. “Ik loop voorop.” en loopt verder het pad af, gelukkig van Hoshiko af.
Hoshiko sluipt terug en vertelt wat hij heeft gezien. “Hoe waren ze gekleed?” vraagt Eugene, hadden ze nog iets onder hun gewaden aan?” “Nee, geen body armour.” zegt Hoshiko, “Ze klonken ook heel primitief. Het zou me niet verbazen als ze hier al heel lang wonen. Maar waarom hebben ze woorden voor wie er voorop loopt?” “Gary en Danny hebben ook woorden voor wie er achteraan loopt.” zegt dr. Gueverra. “Het klinkt als een experiment.” zegt Danny, “Kijken wat er gebeurt als ze primitief worden.” “Of zijn ze hier als kinderen gestrand?” vraagt Hoshiko. “Vast en zeker psychische beïnvloeding.” zegt dr. Gueverra. “Of worden ze hier zo gekweekt?” vraagt Eugene. “Deze mensen groeien hier op als donoren voor de rijken, omdat ze gekloond zijn.” zegt Hoshiko. “Deze ook?” vraagt Gary. “We moeten ze eerst doodknuppelen om het van dichtbij te zien.” zegt dr. Gueverra. “Gaan we ze volgen of preventief ruimen?” vraagt Hoshiko. “Volgen, hoe gaan we dat ruimen doen dan?” vraagt Gary. “Ok, ik ga achter ze aan en verder stil zijn.” zegt Hoshiko. “Met het geluid van de jungle en dicht struikgewas draagt het geluid niet zo ver.” zegt Eugene.
Na bijna een kilometer achter de sekteleden aan te zijn gelopen hoort Hoshiko geluid van hout op hout. Hij geeft een teken aan de anderen en ze lopen stil achter hem aan. Ongeveer 40 meter verder komt het pad uit op een open plek waar de houten blokhut staat die ze vanaf het water hebben gezien. Het geluid wordt veroorzaakt door sekteleden die op de veranda de voordeur in proberen te beuken. Anderen zijn door een raam aan de rechterkant heen aan het vechten met iemand binnen die met een lange stok probeert ze tegen te houden. Een paar andere sekteleden slaan op dat moment een raam in en klimmen naar binnen. Buiten staan nog meer sekteleden. Het lijken er minimaal veertien te zijn, waaronder de vier die voor hen uitliepen en die van een meter of tien afstand het tafereel aan het bekijken zijn, dat is ongeveer in het midden van de afstand naar de blokhut.
“Binnen zit je broer!” zegt Danny tegen dr. Gueverra. “We moeten er een paar naar de bosrand lokken.” zegt dr. Gueverra. “Schakelen zo niet zichzelf uit?” vraagt Eugene, die zijn peddel steviger beetpakt. “We hebben geen uur om te discussiëren. “ zegt dr. Gueverra, “Bevrijden of niet?” “Misschien zitten er ook mensen met sandalen in.” zegt Danny, “Dan maken we het ons alleen maar lastiger.” Zonder overleg bukt dr. Gueverra, die inmiddels vooraan op het pad staat een kluit aarde en gooit die naar de vier sekteleden die achteraan staan. Hij raakt er één die een kreet slaakt en zich omdraait. De anderen kijken ook om en zien de vrijgezellenparty staan. Ze pakken hun takken en komen dreigend op ze af. “Weg van ons eiland!” zegt één van hen. “Ja, anders klappen!” zegt een ander. Snel stellen dr. Gueverra, Hoshiko, Eugene en Danny zich voor het pad op. Gary bewaakt de achterhoede.
Danny begint aan te vallen met zijn peddel, maar dit geïmproviseerde wapen, samen met zijn slechte conditie helpt hem niet echt in het gevecht. Hij gooit de peddel op de grond. Het sektelid dat tegenover hem staat heeft daardoor het initiatief, maar Danny weet hem goed te ontwijken en weet hem uiteindelijk tegen de grond te slaan. Eugene en Hoshiko gaat het beter af. Eugene gebruikt de peddel als een lange stok en gebruikt zijn Wind Chung technieken om het arme sektelid in twee ronden dood te slaan. Hoshiko is onaanraakbaar door zijn tegenstander en met een paar perfect geplaatste nerve strikes schakelt hij zijn tegenstander uit. Daarna helpt hij dr. Gueverra die wat problemen heeft met zijn tegenstander.
Daarmee is het gevecht niet ten einde, want nu gaan ze de mensen in de blokhut ontzetten. Gary en Hoshiko maken een omtrekkende beweging kom te kijken of ze op een andere manier de hut in kunnen komen om de indringers die al binnen zijn uit te schakelen. Dr. Gueverra, Danny en Eugene vallen de andere sekteleden in de rug aan. Dit keer is het Danny die zijn techniek gebruikt om verwoestend uit te halen naar één van de sekteleden die direct neervalt en bloed spuugt. Eugene slaat er weer op los met zijn peddel en dr. Gueverra weet de ander goed bezig te houden en in het nauw te dringen. Danny valt degene die voor het raam staat aan, maar het hoogteverschil geeft hem een nadeel en hij wordt geraakt door een tak.
Intussen zijn Gary en Hoshiko om de blokhut heen aan het lopen. Door het raam links zien ze alleen een slaapkamer met een gesloten deur, maar door het raam in de achterwand kijken ze via de open keuken naar de woonkamer waar drie mannen bezig zijn om de deur open te beuken. Dit is een binnendeur, die niet zo stevig is en alleen doordat iemand binnen de deur tegenhoudt zijn ze nog niet in de andere kamer doorgedrongen. Gary gebruikt zijn psychische krachten en brengt de drie mannen in slaap. Buiten hebben Eugene en dr. Gueverra hun tegenstander uitgeschakeld, waarop de overgebleven drie mannen het hazenpad kiezen.
“Hallo? Wie is daar?” roept een vrouwenstem van binnen. “Goed volk.” zegt Danny door het raam. Hij klimt op de waranda en kijkt naar binnen. Een jonge vrouw in een sektegewaad staat in een prachtig ingerichte slaapkamer. Verderop ziet hij een man van in de vijftig, met een kleurrijk gewaad aan, voorzichtig de deur openen die hij net tegenhield. Hij is zichtbaar gewond aan zijn arm. “Dank je wel!” zegt de vrouw, “Ik ben Elise. Waar komen jullie vandaan?” “Ik ben Danny, we zijn hier aangespoeld op een vlot na een heftig nachtje.” “Kom binnen.”
De anderen komen nu ook naar de blokhut en gaan naar binnen. Dr. Gueverra heeft het gevoel dat de man iets bekends heeft, maar kan het niet direct plaatsen. “Marcel Abadie. Dank jullie wel voor jullie inzet om mij en Elise te ontzetten.” “We doen het graag.” zegt dr. Gueverra.” “Wacht,” zegt Marcel, “Bent u hier niet eerder geweest, samen met hem?” en wijst naar Eugene. “O, ja, nu u het zegt, het eiland waar uw zich op heeft teruggetrokken met gelijkgestemden!” “Wat? O ja.” zegt Hoshiko, “Toen we die monteur van die raceboat hebben bevrijd!” “Dan weten we in ieder geval waar we zijn.” zegt Eugene. “Wat is er gebeurd?” vraagt dr. Gueverra aan Marcel, “Waarom zijn uw volgelingen zo agressief?” “Ik heb geen idee, maar wel een vermoeden. Wij waren hier gisterenavond op het strand en we hebben iets in de lucht horen zoemen. Een drone of zo? Misschien dat die iets gedaan heeft. Toen we vanmorgen op onze scooter terug wilden gaan naar het kamp werden we bij onze retraiteplaats aangevallen door een groep andere bewoners.” “Ja, Marcel is gewond geraakt, maar gelukkig konden we hier terugkomen.” zegt Elise, “Helaas kwamen ze achter ons aan.” “Dit lijkt op iets wat we bij die dronebeurs hebben gezien.” zegt dr. Gueverra. “Nee, dit is heel anders.” zegt Hoshiko. “Die mensen vielen ook anderen aan.” zegt dr. Gueverra. “Maar ze gingen niet anders praten.” zegt Hoshiko. “Hoeveel sekteleden zijn er eigenlijk op het eiland?” vraagt Gary. “Ik denk dat er rond de 180 deelnemers aan onze commune zijn.” zegt Marcel, “Het merendeel zal zich nog in het kamp aan de baai bevinden, een ander deel waarschijnlijk op de retraiteplek bij het meertje” “Hoe zit dat precies in elkaar?” vraagt Eugene, “En hoe ver is dat?” “Ik kan wel iets van een kaartje tekenen.” zegt Marcel en pakt iets van schildergerei.
“Jullie hebben hier toch ook communicatiemiddelen?” vraagt dr. Gueverra, “Een satellietverbinding?” “Ja, klopt.” zegt Marcel tijdens het schilderen, “In het kamp op het dak van de eetzaal. Ik weet alleen niet hoe je daar makkelijk kan komen. Ik heb in mijn huis in het kamp ook nog een revolver en een geweer liggen, die zouden nu ook wel goed uitkomen.” “Is het hele eiland zo dicht begroeid?” vraagt Eugene. “Ja, zo’n beetje wel.” zegt Marcel, “Als je naar het kamp wil dan kan je maar beter de paden volgen. Er zitten geen grote jagers, maar er zitten wel giftige planten en spinnen en zo.” “En ratten?” vraagt Gary. “Ja, die vind je vrijwel overal op deze eilanden.” zegt Marcel. “We gaan over het pad.” zegt Hoshiko.
“Wij moeten ook een witte jurk aandoen.” zegt dr. Gueverra nadat ze de kaart hebben bestudeerd, “Dan vallen we minder op.” “Denk je dan dat ze je minder snel aanvallen?” vraagt Danny, “Ze vechten ook onderling.” “En die peddels achterlaten.” vult dr. Gueverra aan, “Daarmee vallen we teveel op.” “Ik kan toch niets met dat ding.” zegt Danny. “Ik neem hem gewoon mee.” zegt Eugene, “Gary, jij kan toch in zielen kijken? Dat heb ik van mijn zus gehoord.” “Nee, niet op die manier, dat ik kan uitvinden wat ze willen of zo.” “Nog een raadsel om op te lossen.” zegt Danny. “Zijn wij ook beïnvloed?” vraagt dr. Gueverra, “Hoe komen we hier? Zijn wij op mijn boot ergens heen gevaren en toen op dat vlot terechtgekomen?” “Die krasjes hebben in ieder geval niets te maken met dit eiland.” zegt Gary. “Ja, die krasjes, Marcel, zegt de naam Valencia je iets?” vraagt dr. Gueverra. “Valencia? Is dat niet een stad in Latina?” “Zou best kunnen.” zegt dr. Gueverra, “We hebben tekens gevonden, maar tot nu toe niet ontdekt waar ze voor staan. Ook vreemd dat jullie een drone hebben gehoord.” “Tja, alles voor je bachelor party.” zegt Danny, “Zou het in scene zijn gezet?” “Ik ben onder de indruk van de organisatiegraad.” zegt dr. Gueverra. “De Valencia is een boot.” zegt Hoshiko. “Wij gaan op weg naar het kamp om te kijken of we contact met de buitenwereld kunnen krijgen.” zegt Danny. “Wij blijven nu even hier.” zegt Marcel, “Ik kan niet zoveel doen met mijn arm.” “Nog één vraag.” zegt dr. Gueverra, “Welke dag is het vandaag?” Marcel noemt de zaterdag na het vrijgezellenfeestje. “Gelukkig, we zijn maar één nacht kwijt.” zegt dr. Gueverra.
Na ‘witte’ gewaden en sandalen te hebben aangetrokken gaan ze met zijn vijven op weg naar het kamp. Het eerste wat ze gaan tegenkomen is de retraiteplaats waar een aantal tipi’s staan. Het daar naar toe is breder dan het pad dat ze eerst door de jungle volgenden. Hier kan je makkelijk met zijn tweeën naast elkaar lopen. Het is iets meer dan een kilometer lopen naar de retraiteplaats en ze nemen de tijd om zo min mogelijk op te vallen. Na meer dan 20 minuten zijn ze in de buurt van de verzameling tenten en horen ze zacht wat lawaai daarvandaan komen. “Wat nu?” vraagt Hoshiko. “We moeten gaan kijken.” zegt dr. Gueverra. “Jij bent toch de sluipneus?” zegt Gary tegen Hoshiko, “Ga eens kijken.” “Is goed.” zegt Hoshiko en sluipt langs het pad vooruit.
Na ongeveer een kwartier komt hij terug. “Ik ben gekeken en er staan ongeveer zes van die kegelvormige tenten rondom een kleine vijver. Aan één kant ligt het meer. Er zijn meer dan 20 sekteleden, maar ik kon ze niet allemaal zien. Zo te horen hebben deze ook onderling ruzie.” “Heb je nog iets bijzonders gezien?” vraagt dr. Gueverra. “Ja, het lijkt of er iets opvallend geels achter één van de tenten aan deze kant ligt, maar ik kon daar niet makkelijk bijkomen.” “Misschien is het een experimentele drug die is uitgestrooid.” zegt dr. Gueverra. “Misschien moet jij dan gaan kijken.” zegt Gary, “Ik kan je genezen.” “Dat effect kan blijven hangen.” zegt dr. Gueverra. “We weten ook niet of het ook in het grote kamp is gebeurd.” zegt Hoshiko. “Dat is wel logisch.” zegt dr. Gueverra. “We weten niet wat het is.” zegt Danny. “Als er iets in zat, dan moet het er al uit zijn.” zegt dr. Gueverra, “Zo groot is die cilinder niet.” “Misschien activeert het alleen als je in de buurt komt?” zegt Danny. "Nee, vast niet.” zegt dr. Gueverra, “Ik ga kijken.”
Dr. Gueverra sluipt door de struiken van de jungle naar de plaats achter de tent, waar hij inderdaad de gele cilinder ziet liggen. De cilinder is niet al te groot en zit aan een parachute vast. De plaats waar de cilinder is neergekomen, achter één van de tenten, zorgt ervoor dat de cilinder vrijwel niet te zien is, alleen als je over één van de paden loopt kan het je opvallen dat er iemand naar de cilinder toeloopt. Dr. Gueverra waagt het erop, overbrugt snel de paar meter vanaf de rand van de jungle naar de cilinder, pakt hem, met de parachute op en rent snel terug naar de struiken. Hij laat zich zakken en luistert of iemand hem heeft gehoord. Er volgen geen opgewonden stemmen en er komt ook niemand in de bosjes kijken. Na een paar minuten bekijkt hij de cilinder. Het is een felgele cilinder waar een biohazard-teken opstaat. Er zitten sensoren op die ervoor zorgen dat de cilinder op het gewenste moment zijn lading leegspuit. Hij hoort niets meer sissen en is ervan overtuigd dat er geen gevaar meer is. Na nog even te hebben gewacht sluipt hij terug naar de anderen.
“Ugh, ugh, ugh.” hoest dr. Gueverra als hij aankomt bij de anderen. “Woah, pas op.” zegt Gary. “Nee, nee, dat was een insect of zo.” zegt dr. Gueverra, “Er staat wel een biohazard-teken op de cilinder.” “Een airborne virus?” zegt Danny, “We weten niet of het besmettelijk is.” “Het heeft geen zin om door dat kampje heen te gaan.” zegt Eugene. “Eens.” zegt dr. Gueverra, “We kunnen er langs sluipen richting het pad naar het grote kamp.” “Prima plan.” zegt Hoshiko.
Ze steken door de jungle door naar het andere pad en proberen daarbij zo zachtjes mogelijk te doen. Dat pad ziet er ongeveer hetzelfde uit als het pad waar ze net vandaan komen. Voldoende breed om met twee man naast elkaar te lopen, weinig zicht vooruit omdat het pad slingert en over heuveltjes loopt en links en rechts een groene muur van bladeren. Het is bijna drie kilometer lopen naar het kamp, maar dat kunnen ze niet te snel doen, omdat ze dan misschien tegen een groep van de sekteleden aanlopen. Hoshiko gaat daarom weer vooruit en loopt behoedzaam het pad over, op een meter of vijftien gevolgd door de anderen.
Nadat ze de afsplitsing naar het baken zijn gepasseerd horen ze plotseling naast zich gekraak in de bosjes dat snel dichterbij komt. “Wat is dat?” vraagt Danny, “Een wild beest?” “Die zijn hier toch niet?” zegt dr. Gueverra. Tussen Hoshiko en de anderen in verschijnt een varken uit het struikgewas. Het grote beest kijkt om zich heen en stormt dan op Eugene, dr. Gueverra, Gary en Danny af. Eugene staat al klaar met zijn peddel en slaat het beest op zijn neus zodra het binnen bereik is. Piepend buigt het af en verdwijnt in het struikgewas. “Dat was een normaal varken.” zegt dr. Gueverra. “Die zijn kennelijk ook besmet.” zegt Danny. “Als er maar geen ratten zijn.” zegt Gary.
Het varken laat zich niet meer zien en ze lopen rustig verder over het pad. Na een paar honderd meter komen ze bij de rand van de jungle. Een paar honderd meter verder zien ze het kamp liggen en tussen de rand van de jungle en het kamp is een gebied vrijgemaakt waar gewassen worden verbouwd. Ongeveer 50 meter van de rand van de jungle staat een schuur met daarnaast een omheinde weide waar nu nog één varken staat. Het hek van de weide staat open. “Ah, daar kwam dat varken vandaan.” zegt dr. Gueverra. “Ik ga snel dat hek dichtdoen, anders valt dat andere varken ons ook aan.” zegt Danny. “Eugene kan die beesten prima aan.” zegt Gary. “Misschien dat er nog iets nuttigs in die schuur te vinden is.” zegt dr. Gueverra. “Of er zitten sekteleden, ik ga kijken.” zegt Hoshiko.
Hij loopt vooruit en voordat hij bij de schuur is wijst hij naar een gele cilinder die naast de schuur ligt. Dan loopt hij verder en gluurt langs de bijna volledig opengeschoven schuurdeur naar binnen. De schuur ziet er verlaten uit en Hoshiko geeft de anderen een handgebaar dat ze kunnen komen. Deze schuur is duidelijk bedoeld voor werk op het land. Er staat een kleine tractor, er liggen wat stokken, touwen, emmers, enz. Wat ontbreekt is alles wat je als wapen kan gebruiken, dus harken, scheppen en bijlen. “Dat tractortje ziet er leuk uit.” zegt dr. Gueverra, “Doet hij het nog?” “Het lijkt erop dat iemand hem met een hamer of zo heeft gewerkt.” zegt Danny, “En niet alleen het besturingspaneel.” “Helaas, dat was wel mooi geweest.” zegt dr. Gueverra. “Zeker, dan hadden we niet meer hoeven lopen.” zegt Gary. De schuur heeft nog een paar andere ruimtes en ook daar zijn geen mensen. Het meeste is opslag, maar er is ook een kleine verblijfsruimte met een tafel en wat overalls. Eugene pakt een overall en doet dit aan. “Wat doe je nu Eugene?” vraagt dr. Gueverra. “Ik doe die overall aan, dat vecht beter dan die witte gewaden.” “Maar dan val je veel meer op.” “Die sekteleden hebben dit ook wel eens aan.” “Hmpf, jij vecht toch graag met een lange stok? Daar in de hoek staan een paar lange palen, misschien zijn die beter dan die peddel.” “Die had ik nog niet gezien, thanks, die zijn inderdaad beter.” “We zijn op een paar honderd meter van het kamp.” zegt Hoshiko, “Ik heb staan kijken, maar er lijkt niemand over de muur heen te kijken. Daar aan de rechterzijde is een poort, daar kunnen we doorheen.” “Er zouden nog veel sekteleden in het kamp aanwezig moeten zijn.” zegt Danny, “Gaan we zo naar binnen.” “Eerst maar even kijken, hè?” zegt dr. Gueverra, “Ik ga voorzichtig een kijkje nemen bij de poort, dan weten we meer en kunnen we besluiten wat we gaan doen. Eerst hier naar binnen en de communicatieapparatuur proberen te vinden en de wapens van Marcel, of gelijk naar zijn jacht dat in de baai ligt.”
Dr. Gueverra loopt over het pad naar de hoek van het kamp, dat 200 bij 200 meter groot is, en volgt het pad langs de achterzijde, gerekend vanaf de baai, naar de poort. Binnen hoort hij regelmatig wat geschreeuw, maar dat komt niet bij de poort vandaan. Bij de poort houden zich geen sekteleden op en hij kijkt voorzichtig om de hoek naar binnen.
Hiervandaan kijkt hij tussen het mooi aangelegde park in het kamp naar het open veld achter de grote hal. Op meerdere plaatsen liggen lichamen van sekteleden. Op het open veld staat een groep sekteleden die het zo te horen niet met elkaar eens zijn. Hij kijkt tussen de bomen door naar de eetzaal en hoort daar ook lawaai. De villa van Marcel is hiervandaan niet te zien. Dr. Gueverra loopt terug naar de anderen en brengt verslag uit. “Zo te horen kunnen we niet ongezien bij de eetzaal of de villa komen.” zegt Eugene. “Nee, daar lijkt het niet op.” zegt dr. Gueverra. “Dan kunnen we maar beter eerst naar het jacht gaan.” zegt Gary, “Misschien dat ze daar nog niet zijn en de boel vernield hebben.” De anderen zijn het er mee eens en ze lopen links om het kamp heen, dicht langs de palissade zodat ze van bovenaf bijna niet te zien zijn.
Als ze bij de voorkant van het kamp komen horen ze gerinkel van de waterkant komen. “Shit, ze zijn het jacht aan het slopen.” zegt Danny. Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Op ongeveer 250 meter van het kamp, een stukje heuvelafwaarts, ligt de baai. Het jacht is aangemeerd langs een kleine houten steiger en er staan zeker tien sekteleden op de steiger die ruzie lijken te maken over het jacht. Het jacht zelf is meer dan 20 meter lang en ziet er luxe uit. Danny, Dr. Gueverra, Eugene, Gary en Hoshiko lopen snel naar de baai om te voorkomen dat de sekteleden het jacht onklaar maken waardoor ze vast komen te zitten. Opnieuw is gerinkel van binnen het schip te horen. “De whiskey!” roept Gary en loopt als eerste naar de steiger. “Gaan we met ze vechten?” vraagt Eugene. “Ik ga proberen ze te intimideren.” zegt Gary. Hij loopt zelfverzekerd met de anderen achter hem aan de steiger op. De meeste sekteleden staan nog op de steiger, maar drie zijn al op de boot. Een van hen probeert de anderen van de boot af te houden.
“Stop!” roept Gary als hij in de buurt komt. De verbaasde sekteleden draaien zich om. “Dit is mijn boot. Wegwezen!” “Dit is onze boot. Rot op!” “O? Het is mijn boot. Wegwezen of we slaan jullie weg.” “Ik zal jouw slaan!” zegt één van de sekteleden. Hij probeert Gary te slaan met een schep, maar verliest zijn evenwicht en valt in het water. De steiger is niet al te breed en de lange stok van Eugene doet uitstekend zijn werk. Hij ramt er twee man gruwelijk mee op hun rug waarna ze neergaan en niet meer opstaan. Hoshiko en Danny schakelen nog een paar mannen uit en de rest springt daarna het water in.
De sekteleden die van de steiger waren gejaagd hebben zich nadat ze het water uitkwamen niet meer laten zien en dr. Gueverra kan het jacht ongestoord de oceaan op dirigeren. “Ik ben toch benieuwd wat er nu allemaal gebeurd is.” zegt Gary. “Het is echt een gat in mijn geheugen.” zegt Hoshiko. “Kunnen we niet iets met die meditatie?” vraagt dr. Gueverra, “Toen lukt het ook om bepaalde dingen terug te halen uit mijn geheugen waarvan ik niet wist dat ik ze kende.” “We kunnen het proberen.” zegt Danny.
Danny, Hoshiko en dr. Gueverra gaan naar de kajuit en kiezen een comfortabele plaats uit voor hun meditatieoefening. Die duurt een kwartier tot twintig minuten. Gelukkig voelen ze zich een stuk beter dan vanmorgen en daarom lukt het dr. Gueverra en Hoshiko om in de meditatietrance te komen, maar Danny raakt te veel afgeleid door de pijn in zijn arm. Als ze uit hun trance ontwaakt zijn blijkt dat ze zich iets kunnen herinneren. Ze gaan naar boven om het gelijk met Eugene en Gary te delen.
“Ik herinner me dat we aan boord van een jacht waren.” zegt Hoshiko, “Een stuk groter dan deze, vast de Valencia. We werden van boord gehaald in een ondergrondse haven. Ze namen ons meer naar een gangenstelsel. Daar was eerst een soort ontsmettingsruimte, daarna een lange gang met links en rechts deuren naar verblijven. Rechts waren slaapverblijven en links meer kantoren en zo. Bij één van die kantoren ging één van onze begeleiders naar binnen. Hij had een koffertje bij zich. Wij moesten verder lopen naar een volgende deur en daar waren cellen. Ik herinner me nog een soort wachtruimte waar je eerst doorheen moest.” “Een ondergronds gangenstelsel?” vraagt Eugene, “Hoe zijn we daar nu beland?” “Weet jij meer?” vraagt Danny aan dr. Gueverra. “Nee niet zo heel veel meer. Ik kan me alleen maar herinneren dat we met zijn allen in een cel zaten en dat we aan het wachten waren op Gary die op verkenning was. Hij vertelde dat het om een ondergronds complex ging op een eiland met een vuurtoren. Daar waren van die slaapverblijven, kantoorruimtes en zo. Hij vertelde ook dat hij een gesprek had gehoord dat iemand een aanslag wil plegen op All Directions, om 8 uur ’s avonds. Ze gaan iets in de rookmachines doen.” “Aha, dat zijn die pijlen en die XX.” zegt Gary. “Welke geheime organisatie heeft daar nu baat bij?” vraagt Danny. “De Hischlamisten hebben het al eerder geprobeerd.” zegt Gary. “Of het is collateral damage.” zegt dr. Gueverra, “Het is in ieder geval onder de vuurtoren, die moet makkelijk te vinden zijn.” “Ik ga nog een keer mediteren, want ik wil meer weten.” zegt dr. Gueverra. Hishoko en Danny volgen hem. Dit keer lukt het alleen dr. Gueverra om in trance te komen. Hij herinnert zich dat er geschoten werd in het ondergrondse complex. Ze waren ontsnapt en terwijl Hoshiko, Danny en Eugene voorop gingen een trap op, werden Djordi, zijn broer, en George, geraakt door beveiligers. Met hun verwondingen hadden ze direct medische verzorging nodig en konden ze niet meevluchten. Daarop moesten de anderen zich overgeven.
“Je broer zit nog op dat eiland.” zegt Eugene, “Nog een reden om daar heen te gaan.” “Doen we nog iets op dit eiland?” vraagt dr. Gueverra, “Of gaan we varen?” “Ja, wat gaan we doen?” vraagt Gary. “We kunnen nog een keer naar het eiland om wapens te halen. “ zegt Danny. “Gezien wat iedereen sloopt zal er niet meer werken.” zegt dr. Gueverra, “Dus naar de vuurtoren.” “Die vuurtoren staat.” zegt Eugene. “Op een ander eiland.” zegt Gary. “Het is wel onze kans om een black site binnen te komen.” zegt dr. Gueverra. “Maar waarom zijn wij niet dood?” vraagt Hoshiko. “Dat was niet de bedoeling.” zegt Danny, “Ze wilden ons om een of andere reden in leven houden.” “En als dekmantel hebben ze mijn boot laten zinken!” “We moeten wapens hebben.” zegt Danny, “Ik ga terug naar het kamp. Wie gaat er mee?” “Ik ga mee.” zegt Hoshiko.
Danny en Hoshiko lopen samen naar de grote poort van het kamp die naar de baai. Ze zien dat er een sektelid op de omloop van de houten palissade staat. “He, wat moeten jullie?” “Wij gaan naar binnen.” roept Danny. “Nee, jullie horen hier niet.” “Ik hoor hier net zo als jij.” zegt Danny en wijst op zijn witte gewaad. “Flikker op.” Danny en Hoshiko lopen door naar de poort. Het sektelid bukt en pakt een AK die kennelijk bij hem in de buurt op de grond lag. “Opzouten!” roept hij en begint op Danny te schieten. Een van de kogels schampt Danny. “Fuck, wegwezen.” zegt Danny en hij rent met Hoshiko terug naar de steiger. Het sektelid blijft schieten en op tweehonderd meter van de poort, ze zijn bijna bij het jacht, voelt Danny een scherpe pijn in zijn rechterbovenarm. “Die fucker heeft mij gewoon geraakt!” roept hij uit. Hoshiko trekt hem mee naar het jacht. “Wat is er gebeurd?” vraagt Gary als Danny met een aardig bloedende arm op het jacht stapt. “Ze lieten ons niet binnen.” zegt Hoshiko, “Die gast had een AK.” “O, ja” zegt dr. Gueverra, “Die bewakers bij de poort hadden assault rifles. Nu herinner ik het me weer.” “Dat is lekker op tijd.” zegt Danny, “Au.” “Ik ga op zoek naar een verbanddoos.” zegt Hoshiko. “Laat mij maar even.” zegt Gary. Hij concentreert zich en de bloedende wond sluit zicht. “Er zat toch geen kogel in?” vraagt Gary. “Nee, hij is er doorheen gegaan, maar het doet echt nog zeer.”
“We kunnen de meditatie nog een keer proberen.” zegt Danny. “Ja, maar dan wil ik hier wel weg.” zegt dr. Gueverra, “Straks komen er nog mee van die sekteleden. Gooi de trossen los, Eugene.” zegt dr. Gueverra, “Dan gaan we ervandoor.” “Goed plan.” zegt Eugene en loopt naar de achterkant van de boot. Danny en Hoshiko mediteren nog een keer, maar ook nu kunnen ze zich niets anders herinneren.
Iets meer dan halverwege naar het eiland in het westen zien ze een jacht stilliggen in het water. dr. Gueverra nadert het jacht voorzichtig. “Ik denk dat ik zie.” zegt Gary, “Het lijkt erop dat de ramen kapot zijn.” “Wacht even.” zegt dr. Gueverra, en pakt een verrekijker die in een houder bij het stuurwiel zit. “Ja,” zegt hij, “die ramen zijn kapotgeschoten. Ik zie ook lichamen. Aan de houding te zien leven ze niet meer.” “Kan je zien wat voor schip het is?” vraagt Eugene. “Het is de Valencia!” zegt dr. Gueverra. Hij geeft de verrekijker aan Gary, die het schip blijft bekijken terwijl dr. Gueverra het schip behoedzaam nadert. Hij legt het jacht van Marcel naast de Valencia en Eugene, Danny en Hoshiko springen gelijk aan boord. Direct zien ze dat er op verschillende plekken lichamen liggen. Sommige zijn van afstand neergeschoten, een enkele van dichtbij en één persoon, waarschijnlijk de kapitein of de schipper, is met een mes de keel doorgesneden. “Lekkere gasten.” zegt Danny. “We waren hier toch aan boord?” vraagt Eugene. “Ja, “ zegt Hoshiko, “Maar toen stapten we uit in een ondergrondse haven.” “Zijn we dan opnieuw aan boord gebracht?” vraagt Danny. “Dat moet wel.” zegt Gary. “Laten we het schip verder onderzoeken.” zegt Eugene, “Wie weet wat we nog meer vinden.”
Na een uitgebreide zoektocht vinden ze hun kleding terug. Voor Danny, Eugene, Gary en Hoshiko herkennen ze dat direct. Voor dr. Gueverra is er een 19e eeuws criminelenpak. “Is dat het?” vraagt dr. Gueverra, “Ik had wel iets fel roze verwacht of zo. En waar zijn jullie Hawai-shirts?” Gary komt aanlopen met een kettinkje in zijn hand. “Wat heb je daar?” vraagt Hoshiko. “Mijn ketting.” “Waar je je mediemieke gaven mee doet?” vraagt dr. Gueverra. “Ja, die.” “Maar, eh, heb je op het eiland geen mediamieke gaven gebruikt dan?” vraagt Eugene. “Jawel, dat is het bijzondere, kennelijk heb ik deze hanger niet altijd nodig.” “Het was misschien een soort trigger.” zegt dr. Gueverra, “Waar lag hij?” “Ik had hem verstopt in een soort gevangenis hier op het schip. Ik herinnerde me vaag iets toen ik er aan het zoeken was.”
Ze kleding zich snel om en voelen zich al gelijk een stuk beter. “Maar wie zijn deze aanslagplegers?” vraagt Hoshiko. “Ze horen niet bij de mensen die ons hebben gevangengenomen.” zegt Eugene, “En zijn ze zijn nietsontziend geweest.” “Zitten ze achter iets aan? En hebben wij daar iets mee te maken?” vraagt dr. Gueverra. “Of is iemand bestolen en willen ze het terug hebben?” vraagt Danny. “Is het iemand die die tech wil hebben om mensen dom en agressief te maken?” vraagt dr. Gueverra. “Ze moeten ons dus op een eiland ondervraagd en hebben en daarna weer naar de boot gebracht en uiteindelijk zonder kleren op een vlot op zee hebben gezet.” zegt Danny. “De antwoorden zijn te vinden op dat eiland met de vuurtoren.” zegt Gary. “Daar kunnen we alleen niet zomaar dat haventje binnenvaren.” “We hebben nu wel wat wapens.” zegt Danny. “Maar we weten niet hoeveel tegenstanders er zijn en we vallen dan wel heel erg op.” zegt Hoshiko. “Er was nog een gang die vanaf de basis onder de grond wegliep vanaf de ondergrondse haven.” zegt dr. Gueverra, “Ik zag op de kaart dat er in die richting een villa staat. Misschien dat daar een geheime gang naar toe leidt?” “Het is het proberen waard.” zegt Eugene, “Alles beter dan een frontale aanval.” “We moeten wel door het begin van die baai waar dat haventje in ligt.” zegt Gary. “Die gok moeten we maar nemen.” zegt dr. Gueverra, “En als ze uitkijken vanaf de vuurtoren dan hebben ze ons waarschijnlijk al gezien.”
Het is al na vier uur wanneer dr. Gueverra het jacht van de sekte aanmeert bij de steiger van de villa. Hiervandaan lijkt het alsof de villa al langere tijd niet bewoond is. Er brandt geen licht en het groen de villa ziet er onverzorgd uit. 
“Ik ga kijken hoe we hier binnen kunnen komen.” zegt Danny en loopt naar de voordeur, gevolgd door dr. Gueverra. De anderen lopen om de villa heen om te zien of er een raampje openstaat. “Nog iets gevonden?” vraagt dr. Gueverra als de anderen terugkomen. “Het lijkt helemaal verlaten.” zegt Hoshiko. “Ja, bijna overal ligt stof.” zegt Eugene, “Hoe gaat het met de deur?” “Ik denk dat we die wel openkrijgen.” zegt dr. Gueverra, “Dan moeten we wel een stroomdraad of zo hebben om het alarm uit te schakelen. Ik ga er even vanuit dat die camera’s hierboven niet heel actief zijn.” “Achter die deur lijken wel voetstappen te staan.” zegt Hoshiko. “Laten we kijken waar ze heen gaan.” zegt Gary, “Maken jullie die deur open?” Hoshiko en Gary volgen de sporen door de ramen van de villa en zien dat ze de master bedroom in gaan en dan naar een kast lopen. Wanneer ze terugkomen bij de deur heeft dr. Gueverra de deur opengemaakt met behulp van een stuk kabel dat Eugene van het jacht heeft gehaald. Ze lopen snel naar binnen en volgen de voetstappen naar de inloopkast van de master bedroom. Daar zien ze een stalen luik in de vloer dat op dezelfde manier is beveiligd als de voordeur. “Dit zal wel de toegang naar de geheime gang naar de basis zijn.” zegt Gary. “Eens kijken of we dit ook makkelijk open krijgen.” zegt dr. Gueverra.
Omdat het hetzelfde systeem is vormt ook deze beveiliging geen uitdaging voor dr. Gueverra. Wel voor Danny, omdat de draad die het alarm uitschakelt nog even achter zijn AK blijft haken als hij naar beneden klimt. “Shit.” zegt Danny. “Dan moeten we gewoon wat sneller zijn.” zegt dr. Gueverra, die al beneden staat en met een lichtschakelaar het spaarzame licht in de gang aandoet. “Dat lijkt wel op de lampen die ik me herinner van die bunker.” zegt dr. Gueverra. “Ja, volgens mij wel.” zegt Hoshiko, “ “Dan gaan we de goede kant op.” zegt Gary. Tijdens de lange wandeltocht naar de basis legt dr. Gueverra uit, wat hij zich herinnert dat Gary hem had verteld over de structuur van de basis.
Na meer dan een kilometer lopen komen Danny, Eugene, Gary, dr. Gueverra en Hoshiko bij een stevige metalen deur aan. Danny sluipt erheen, luistert eraan en doet hem dan met het grote wiel dat erop zit voorzichtig open. Hij ziet een soort ontsmettingsruimte met aan de andere kant een volgende metalen deur. Hij wuift de anderen en nadat ze dichterbij zijn gekomen doet hij de volgende deur open, daar zit een klein gangetje achter met weer een deur. “Ik hoop dat die bij dat bewakingsstation uitkomt.” zegt dr. Gueverra. “Dan moeten we voorzichtig zijn, misschien dat er bewakers zijn.” zegt Eugene. Nadat Danny de deur open heeft gedaan zien ze inderdaad een wachtpost. Gelukkig zijn er geen bewakers te zien, maar er hangen wel camera’s. De wachtpost is een vijf bij vijf meter grote, vierkante ruimte met in elke muur een stalen deur. In het midden is een drie bij drie meter grote ruimte waar horizontale spleten in zitten waardoor je kan kijken en kan schieten. Op die manier is de bewaker aardig beschermd tegen rondvliegende kogels.
“Waar gaan we nu heen?” vraagt Eugene. “Eh, we moeten mijn broer zien te vinden, maar waar die precies zit weten we natuurlijk niet.” zegt dr. Gueverra. “Van hieruit links zijn de meeste ruimtes.” zegt Danny, “Moeten we daar niet heengaan?” “En gaan we ons dan opsplitsen?” vraagt Hoshiko, “Blijft er hier iemand achter?” “Ik ga verkennen.” zegt dr. Gueverra en loopt naar de linkerdeur, doet die open en gaat er doorheen. Hij ziet een lange gang met rechts allemaal kleine gangetjes die in een deur eindigen. Hij doet de eerste open en ziet opnieuw een lange gang en aan de deuren te zien zijn die slaapvertrekken. Hij gaat snel terug en loopt snel naar het einde. De deur daar geeft toegang tot een gang waar rechts kleine opslagruimten zijn en die eindigt in een grotere opslagruimte. Daar hoort hij beweging en dr. Gueverra gaat snel terug. Eugene is intussen naar de deur in de tegenoverliggende muur gegaan en heeft die opengemaakt. Hij ziet een heel stuk verder een deur en begint daarheen te lopen als die deur plotseling opengaat en er een bewaker uitkomt. Snel rent hij terug en doet de deur dicht. “Er komt iemand aan!” zegt hij. “Waar is dr. Gueverra?” vraagt Gary. “Die is die gang in gegaan.” zegt Hoshiko en wijst naar de linkerdeur. Hij loopt erheen, opent de deur en ziet dr. Gueverra teruglopen. Hij gebaart naar hem dat hij op moet schieten. “Heeft hij je gezien?” vraagt Danny. “Dat denk ik niet.” zegt Eugene. “Wat is er?” vraagt dr. Gueverra. “Er komt een bewaker aan.” zegt Eugene, “Is daar de verpleegafdeling?” “Nee, daar lijkt het niet op.” zegt dr. Gueverra. “Laten we dan de overgebleven deur maar nemen.” zegt Eugene en gaat er naar toe, hij opent de deur en loopt de gang in die na een meter of zes een hoek naar links maakt. De anderen volgen hem en doen de deur achter zich dicht. “Als ze die wachtpost bezetten, dan zitten we opgesloten.” zegt Danny. “We kunnen moeilijk daar een positie opzetten.” zegt Hoshiko.
Na de hoek is een klein gangetje dat voor een deur eindigt waar ook een biohazard-waarschuwingsteken opstaat. “We hebben niet veel keus.” zegt Eugene, opent de deur en kijkt naar binnen. De anderen proberen om hem heen mee te kijken. Hier is lange ruimte waar een soort laboratorium in is opgezet waar allerlei grote reageerbuizen staan waar embryo’s in ronddrijven. “Dit lijkt wel op die opstelling bij de sweeties.” zegt Hoshiko. Dan zien ze dat er ook laboranten in rondlopen. “We moeten er doorheen.” zegt Gary, “Kom lopen.” Dr. Gueverra gaat voorop, zijn wapen getrokken. “Pardon, wij willen er alleen even door.” Een van de laboranten kijkt verstoord op. “Wat doen jullie hier nu weer?” Dr. Gueverra bekijkt haar beter en herkent haar dan, het is Bernadette Lafont. “Dus toch de sweeties.” hoort hij Hoshiko zeggen. “Wat?” vraagt Bernadette. “Nee, niets.” zegt dr. Gueverra, “We zijn op zoek naar mijn broer en een vriend van mij.” “En we proberen een aanslag te voorkomen.” zegt Eugene. “Ja, dat ook. Wat doe jij hier?” “Ik doe hier onderzoek. Een aanslag? Wat voor aanslag?” “We denken dat we hier naar toe zijn ontvoerd en later op zee gedumpt.” vertelt dr. Gueverra, “Toen zijn we op een eiland hiernaast terechtgekomen waar allerlei rare dingen met de bewoners waren gebeurd. Dat heeft iets te maken met iets van een virus dat met gele gasflessen is verspreid. Een van ons heeft, toen we hier waren, ontdekt dat ze vanavond om acht uur een aanslag op een concert van All Directions willen plegen. Waarschijnlijk ook met zoiets.”
“Weet je daar iets van?” vraagt Danny. “Een aanslag? Daar heb ik niets mee te maken. Ik doe hier onderzoek om een jongen van een ziekte te genezen. Ik weet dat ze ook met ander onderzoek bezig zijn, maar dat was niet om een aanslag te plegen. Of de nieuwe directrice moet daarmee te maken hebben.” “Kan je daar meer over vertellen?” “Eh, ja, eh, ze zijn onderzoek aan het doen naar het mediamiek kunnen maken van mensen door middel van aanpassingen in het DNA. Het lijkt er namelijk sterk op dat je DNA bepaalt of je mediamiek begaafd kan worden. Eerst was dat een onderzoek voor een klein aantal mensen, maar nadat de Snee mensen hadden proberen te ontvoeren en bleek dat ze ontvankelijk waren voor mediamieke aanvallen is dat onderzoek aangepast. Ook is er toen een afdeling bijgekomen die ging onderzoeken hoe we dat konden verspreiden en dat leek te kunnen via een aangepast virus. En dat werd inderdaad met gele bussen verspreid.” “Maar die sekteleden waren niet echt mediamiek.” zegt Gary, “Ze leken eerder dom en agressief te zijn geworden.” “Ik heb daar niets van gehoord, misschien dat de directrice daar zelf achteraan is gegaan. Zij is ongeveer op hetzelfde moment de baas geworden toen die aanval van de Snee was. Daarvoor hadden we een betrouwbare man, maar die is van de trap gevallen en overleden.”
“Wacht even.” zegt Danny, “Probeer jij soms een Koreaanse jongen te helpen?” “Eh, hoe weet je dat?” “Die vorige directeur was die Drac.” zegt Danny, “Dit is een operatie van Rang Dae Hyun. Die gast zit dus ook achter die mediamieke dingen aan.” “Of de Drac hebben hem gemanipuleerd en denkt hij dat het alleen voor zijn zoon is.” “Ja, dat zou kunnen. In ieder geval, toen werd Dorothee Plantier de baas.” “Hoe ziet zij eruit?” vraagt dr. Gueverra. “Fantastisch. Ze is niet alleen slim, maar ook heel aanwezig en mooi. Ze is eind 40.” “Dat klinkt als de persoon die Gary beschreef die aan het praten was over de aanslag.” zegt dr. Gueverra. “Willen jullie dat nog stoppen? Dan moeten jullie naar de plaats toe waar het concert is. Dat sturen ze niet hier vandaan aan.” “Ja, maar hoe? Met de boot redden we dat niet.” zegt Gary. “De enige andere optie is de helikopter, die staat in de hangar boven bij de vuurtoren.” “Daar hebben we lekker wat aan.” zegt Gary, “De piloot zal ons vast niet willen brengen.” “Ik kan helikoptervliegen.” zegt Hoshiko. “Wat? Dat wist ik helemaal niet.” zegt Gary.
“Ik moet ook mijn broer en een vriend van mij nog vinden.” zegt dr. Gueverra, “Die zijn gewond geraakt bij onze ontsnappingspoging.” “O, die, Djordi en George?” “Ja, hoe weet je dat?” “Ik ben ook nog arts en ik heb ze in een stabiele situatie gebracht. Het gaat op zich goed met ze, maar ze moeten eerst nog rusten, anders wordt de situatie erger. Het plan was om ze morgen naar het ziekenhuis in New Moulinoir te brengen.” “Waar zijn ze nu?” vraagt dr. Gueverra. “In de derde en vierde kamer vanaf deze kant in de eerste gang met slaapvertrekken.” “Daar moeten we heen!” zegt dr. Gueverra. “We kunnen lastig teruggaan naar die wachtpost.” zegt Eugene, “Daar zal wel iemand zijn, we moeten omlopen.” “Ok, maar snel.” zegt dr. Gueverra. “Ja, jullie moeten opschieten om die aanslag te voorkomen. Weet wel dat we vandaag al eerder een aanval van een stel huurlingen hebben gehad en er zijn nog wel wat bewakers uitgeschakeld. Dat moet in jullie voordeel werken.” “Dank je wel Bernadette.” zegt Danny, “Wat kwamen die doen?” “Geen idee.” zegt Bernadette, “Succes met jullie actie!
Ze lopen door het laboratorium en komen in een gangetje waar in het midden een gang naar links richting de centrale wachtpost voert. “We kunnen beter omlopen via het cellencomplex.” zegt dr. Gueverra. “Ja, laten we hopen dat die onderste wachtpost niet bezet is.” Ze lopen rechtdoor en gaan een volgend laboratorium binnen. Hier zijn ook mensen aan het werk, die enigszins schrikken, maar doorgaan met hun werk als ze met rust gelaten worden. Een meter of dertig verder komen ze bij een kamer waar gele gasflessen liggen opgeslagen. “Nu weten we zeker dat het hier vandaan komt.” zegt dr. Gueverra. “Ja, maar we weten nog steeds niet waarom.” zegt Danny. “Kunnen we die Dorothee nog te pakken krijgen?” vraagt Gary. “Ik denk dat dat lastig wordt, maar zij weet misschien wel hoe ze het virus gaan verspreiden.” zegt dr. Gueverra.
Aan het eind van dit laboratorium is ook een gang, die een hoek naar links maakt en een meter of vijftien verderop bij een deur eindigt, waar ook weer zo’n wachtpost is. Danny sluipt naar voren en maakt voorzichtig de deur open. “Wie is daar?” hoort hij een stem vragen die uit de spleten in het midden van de ruimte komt. “Shit, hier zit een bewaker.” zegt Danny. “Ik ga alvast terug naar de T-splitsing en om te voorkomen dat we van daaraf ingesloten worden.” zegt Eugene. “Ik ga mee.” zegt Hoshiko. “Ik ook.” zegt dr. Gueverra. “Wij proberen hier wel door te komen.” zegt Danny.
“Wij zijn alleen maar op zoek naar onze vrienden. Verder zoeken we geen problemen. We horen niet bij die mensen die jullie al eerder hebben aangevallen.” “Hoe komen jullie hier?” “Met de boot.” “Waarom zijn jullie terugkomen?” “We willen gewoon onze vrienden spreken en weten dat ze in orde zijn.” “Ik denk dat dat wel mogelijk is. Gooi al je wapens hier de ruimte in, dan begeleiden we jullie daar naar toe.” “H’m, dat lijkt ons geen goed plan.” Danny fluistert naar Gary: “Kan jij hem in slaap brengen of zo?” “Ik kan het proberen.” zegt Gary.
Hij kijkt voorzichtig langs de deur tot hij de bewaker in zijn verstevigde positie ziet staan. Dan concentreert hij zich en gebruikt zijn psychische krachten tot het uiterste om de man in slaap te brengen. De bewaker biedt weerstand tegen de mediamieke aanval en beantwoordt die met een salvo uit zijn assault rifle. Een van de kogels schampt de bovenarm van Gary. Snel trekt Danny hem opzij, want Gary is aan het bijkomen van zijn mediamieke inspanningen. “Daar zijn we niet van gediend.” horen ze de bewaker zeggen, “Houdt die psychic in bedwang.” “Ja, ja, maar we willen nu eenmaal graag naar onze vrienden.” Gary fluistert naar Danny als hij is bijgekomen: “Ik ga terug en kijken of daar ook een bewaker zit.” Danny geeft een duim omhoog en Gary gaat naar de anderen toe.
Als Gary bij de anderen aankomt vertellen die hem dat er in de centrale wachtpost ook maar één bewaker aanwezig is. Kennelijk hebben ze onvoldoende personeel om de basis goed te bewaken. Met enige tegenzin geeft Gary zich opnieuw een beetje bloot, maar deze bewaker kan de mediamieke aanval van Gary niet pareren en valt in slaap. Eugene bindt hem vast met een stuk kabel dat hij had meegenomen uit een laboratorium en neemt zijn positie in het verstevigde deel van de wachtpost over. Hoshiko haalt Danny op, daarna lopen ze allemaal, met uitzondering van Eugene, de lange gang in waar ze ook gelopen hebben toen ze van de boot naar de gevangenis toegingen. Gelukkig is die verlaten. Achter de eerste deur links zijn de verblijven waar George en Djordi ook moeten zitten. Dr. Gueverra telt even en weet dan wat de goede verblijven zijn. Hij gaat de ruimte met Djordi binnen, Danny gaat bij George kijken.
De ruimte lijkt op een kleine hotelkamer waar Djordi op een bed ligt te rusten. “Djordi!” “Hè? D? Wat doe jij hier?” “Ik kom je redden!” “Maar, ze hebben jullie weggebracht. Waarom kom je nu weer terug!” “Jij moet hier ook weg!” “Dat kan morgen pas. Een vrouwelijke dokter heeft me behandeld en ik kan morgen pas per helikopter naar het ziekenhuis toe. Jullie waren hier weg, waarom kom je hier naar toe?” “Eh, ook iets met een aanslag op All Directions.” “Een aanslag? Is dat hier dan?” “Eh nee, in de noordelijke recreatieve zone, om acht uur.” Djordi kijkt even opzij naar een klok. “Dan heb je niet veel tijd meer. Met de boot ga je dat niet halen.” “Maar, argh, ja, je hebt gelijk. Gelukkig hebben we een helikopterpiloot bij ons. Nog een vraag. Ik weet niets meer van wat er op het feest is gebeurd en hoe we uiteindelijk op een vlot in de oceaan zijn beland. Wat is er gebeurd?” “Nou, eerst de gebruikelijke spelactiviteiten, wat eten en toen gingen we naar The Slik Rose, een stripclub. Het was erg gezellig. En toen kwam er een man onze privéruimte binnen die een koffertje voor je had. Jij zei dat je van niets wist, maar hij zei dat je aan de beschrijving voldeed. Dat was heel apart. Natuurlijk moesten we kijken wat er in het koffertje zat en dat bleken een aantal reageerbuizen te zijn, heel goed verpakt, met biohazard erop en een ander teken. Danny identificeerde dat als GEMAS. Dat was heel apart."
"Toen kwamen er twee mannen binnen die zeiden dat er een vergissing was en dat het koffertje voor hen was. Natuurlijk wilde jij het niet geven, maar één van die gasten was heel snel en griste het uit je handen. Toen pakte Danny hem beet, maar die gast gaf hem een peun op zijn hand en toen moest hij loslaten. Eugene en Hoshiko waren al opgesprongen en begonnen die gasten in elkaar te slaan. Helaas kwamen er nog meer met stun pistols en die hebben ons allemaal gestund. Toen ik bijkwam waren we op dat jacht.” “Ja, dat heb ik gehoord, toen zijn we naar de gevangenis gebracht op het eiland.” “Precies.” “En hoe zijn we toen ontsnapt?” “Nou eerst is Gary gaan slapen of zo, maar hij heeft iets psychics gedaan, want toen hij wakker werd wist hij precies hoe de lay-out was en dat er een aanslag kwam. Daarna heb jij met een paar haakjes uit één van de zolen van die New Nipponees het slot van de cel open weten te maken, van achteren, dat was echt heel goed. Het was bijna gelukt om te ontsnappen, maar George en ik werden op het laatste gezien. Toen gingen ze schieten en werden we geraakt. Daarna ben ik jullie uit het oog verloren, omdat ik naar de eerste hulp werd gebracht.” “Heb je verder nog iets gehoord? Er lijkt iets van een aanval te zijn geweest?” “Ja, dat was vroeg in de ochtend, vlak voor het licht werd, toen werd er opeens geschoten, ook hier in de gangen. Dat heeft even geduurd en iemand kwam daarna bij ons om te vertellen dat we ons niet ongerust moesten maken.”
Gary komt de kamer binnen. “Het is vast gezellig, broers onder elkaar, maar we moeten er vandoor. Zoveel tijd hebben we niet om die aanslag te stoppen.” “Maar ik moet hem helpen.” “Het komt allemaal goed.” zegt Djordi, “Ze zeiden dat ze jullie lieten gaan en dat hebben ze toch ook gedaan. Maak je niet ongerust en ga die aanslag tegenhouden.” “Ja, maar, argh, je hebt ook altijd gelijk!”
Danny, dr. Gueverra, Gary en Hoshiko lopen snel terug naar de wachtpost. Eugene vertelt dat hij niemand heeft gezien. Ze volgende bordjes naar de liften en gaan helemaal naar boven. De liftdeuren openen in een klein gangetje waar ze direct door een aantal ramen naar buiten kunnen kijken. Veertig meter verder staat een helikopter op een helipad. Voor de helikopter ligt iemand op de grond. “Ha, nu kunnen we eindelijk iemand waarschuwen.” zegt dr. Gueverra. “Als hier ook geschoten is hoop ik dat de helikopter ongeschonden is.” zegt Hoshiko, “Die dingen zijn nogal kwetsbaar.” Eugene gaat voorop en opent de deur naar buiten. Hij stapt het veld op, op de voet gevolgd door Danny. Op het lichaam op het platform is er verder niemand te zien. “De helikopter is beschoten.” zegt Hoshiko, “Ik zie kogelgaten.” “Hopelijk doet hij het nog, anders gaan we het nooit redden.” Hoshiko loopt naar de helipad, terwijl Danny en Eugene de hangar inspecteren, maar ook daar is niemand te zien. “Ze hebben hem van afstand beschoten.” zegt Hoshiko als de anderen ook bij de helikopter komen, “Helaas niet heel precies, waardoor ze wat instrumenten geraakt hebben. Gelukkig niet de belangrijkste flight controls, maar wel de radio.” “Natuurlijk, het zal wel weer.” zegt Danny. Hoshiko weet de helikopter aan de praat te krijgen en stijgt heel soepel op. De anderen hebben allemaal een koptelefoon op zodat ze met elkaar kunnen praten.
“Weet je waar we heen moeten?” “Ja, ik heb de route geplot, maar het wordt geen rustige vlucht. Zonder radio kan ik me ook niet melden bij air traffic control. Die zullen me trouwens ook geen toestemming geven om vlak bij het stadion te landen en we hebben geen tijd om van de luchthaven daarheen te gaan, dus we gaan over de golven scheren en dan op boomtophoogte door de recreatieve zone.” “Is dat veilig?” vraagt Gary. “Veiliger dan op grotere hoogte vliegen, dan worden we uit de lucht geschoten.” “Hoe laat zijn we daar?” vraag dr. Gueverra. “Een half uur voordat de show begint.” “Michelle en Katja zijn er ook, misschien Jeanne ook wel.” zegt dr. Gueverra. “Als Jeanne er is kan er niets gebeuren.” zegt Danny, “Dan gebeurt er wel weer een wonder of zo.” “Wat?” zegt Eugene, “Jullie hebben te veel fantasie.”
Onderweg voelt dr. Gueverra in de zakken van zijn jas en ontdekt een paar blaadjes over de dingen die ze gedaan hebben. Het eerste is een kartwedstrijd die uit drie heats bestaat. Dat lijkt niet de bedoeling te zijn geweest. Hij heeft zelf de eerste heat gewonnen en Gary de tweede, maar toen hadden zij allebei samen met Eugene en Danny hetzelfde aantal punten. De beslissende derde heat is overtuigend gewonnen door Gary, vooral omdat Danny en dr. Gueverra elkaar dwars hebben gezeten. Daarna zijn ze paintball gaan doen in twee teams. Het ene team bestond uit Danny, Gary en dr. Gueverra, het andere team uit Eugene, Hoshiko, George en Djordi. In de eerste ronden wint het team van dr. Gueverra, vooral omdat Eugene zijn ronde niet heeft. In de twee ronde worden ze echter helemaal vernederd door fantastisch tactisch spel van Djordi. Dan is er ook nog de rage room geweest. Daar mag je dingen kapot slaan. Nadat hij zelf was geweest vonden de anderen dat Danny ook moest.
Het was al behoorlijk schemerig toen ze opstegen en het is al snel helemaal donker. Dankzij de nachtzichtapparatuur van de helikoper kan Hoshiko iets zien, maar voor de rest is vrij zenuwslopend om met een paar honderd kilometer per uur op nog geen tien meter boven de soms hoge golven te vliegen. Een keer wijkt Hoshiko uit om niet te dicht over een jacht heen te vliegen. Dan pas zien ze hoe hard het eigenlijk gaat. Tijdens de hele vlucht is het lichtschijnsel van New Moulinoir in het oosten te zien, maar pas tegen het einde van de vlucht zien ze direct lichtjes van gebouwen op de eilanden voor de recreatieve zone, of aan de kust. Dan buigt Hoshiko scherp af en naderen ze in hoog tempo de kust. De helikopter gaat iets omhoog en ze vliegen een paar meter over de boomtoppen en soms tussen gebouwen door. Als ze bij het stadion komen moet Hoshiko eerst een rondje maken om een goede landingsplaats te vinden. Gelukkig is er een grasveld op ongeveer 200 meter van het stadion dat vrij is gehouden. Misschien om een traumaheli te laten landen.
“Laat die wapens maar hier.” zegt Danny, “Ik ga op zoek naar de beveiliging. Hopelijk zijn het collega’s van Tamron, die kan ik waarschuwen en dan kunnen zij actie ondernemen.” Zodra de helikopter is geland springt Danny eruit en rent naar de ingang waar de kaartcontrole is. Gelukkig zijn er inderdaad medewerkers van Tamron en hij vraagt om de supervisor. Dat is inderdaad Jerry Springer en ze gaan contact met hem leggen. Nog geen halve minuut nadat de helikopter is geland horen de anderen sirenes. “We zijn niet onopgemerkt gebleven.” zegt Eugene. “Nee, ik had de drones ook al gezien.” zegt dr. Gueverra. “Die volgens ons al sinds we de kustlijn zijn gepasseerd.” zegt Hoshiko. Binnen vijf minuten stoppen er twee auto’s van de City Guard. Omdat ze niet zien dat de inzittenden gewapend zijn. Stappen de agenten normaal uit en komen op ze af. “Wat is er aan de hand? Waarom vliegen jullie zonder je kenbaar te maken hierheen?” “Iemand heeft met biochemische middelen een aanslag gepland op het concert.” zegt dr. Gueverra, “Ze hebben het in de rookmachines gestopt. We moeten ontruimen.” “Dan laten ze dat middel direct af gaan.” zegt een oudere man. “Dan doen ze dat ook als ze ons zien.” zegt een ander. “Kunnen jullie kijken of je ze tegen kunt houden, dan gaan wij opschalen.” zegt de oudere man. “Hoe kan ik ze tegenhouden?” vraagt Eugene, “En hoe kom ik binnen.” “Kan je deze gebruiken?” vraagt agent en laat zijn blaster pistool zien. “Ja, geen probleem.” “Ok, dan autoriseer ik je bij uitzondering om voor dit specifieke geval gebruik te mogen maken van dit wapen. Volg mij, dan zorg ik dat jullie binnen komen.” Eugene, Hoshiko en dr. Gueverra rennen samen met de agent naar de backstage-ingang. De oudere agent vraagt Gary over de specifieke dreiging en geeft die door aan het hoofdkantoor.
Het kost even moeite om naar binnen te komen en de juiste verantwoordelijk te vinden, maar om kwart voor acht neemt de verantwoordelijk voor de rookmachines ze mee langs alle apparaten. Voor de zekerheid heeft de producer het concert een half uur uitgesteld, tot teleurstelling van de concertgangers, maar geheel in lijn met de nukkigheid van de frontman die ze eren. Ze letten goed op of ze iemand zien die ze af kan laten gaan, maar dat is niet het geval. Misschien dat die door de extra aanwezigheid van de beveiligers van Tamron is afgeschrikt. Ze ontdekken soortgelijke gele gasflessen die ze al eerder hebben gezien en dr. Gueverra maakt ze onschadelijk.
Er wordt geen enkele ruchtbaarheid gegeven aan de mogelijke aanslag op het concert. Mr Green laat weten dat de stad hen erkentelijk is en dat het zeer waarschijnlijk een Hischlamitisch complot is geweest. Hoshiko hoeft ook geen negatieve consequenties te vrezen voor zijn onorthodoxe vlucht over de recreatieve zone.